2018 werd het jaar van de doorbraak waar Henk Tennekes al jaren had uitgekeken. Minister Schouten informeerde de Tweede Kamer in april over de Nederlandse inzet in Brussel, en nog dezelfde maand liet ze weten dat Nederland zou instemmen met een buitenverbod op de neonicotinoïden imidacloprid, clothianidine en thiamethoxam. Dit zijn stoffen die rechtstreeks schadelijk zijn voor bijen, hommels en wilde bestuivers. Op 27 april stemden de EU-lidstaten definitief in, en het Ctgb kreeg drie maanden de tijd om de bestaande toelatingen aan te passen: de middelen mochten voortaan alleen nog in gesloten kassen worden gebruikt.
Uit onderzoek in opdracht van Natuurmonumenten dat later in het jaar verscheen, bleek hoe diep de schade al zat. Het aantal insecten in Nederlandse natuurgebieden bleek dramatisch te zijn gedaald: loopkevers met 72 procent in tweeëntwintig jaar, nachtvlinders met 54 procent in twintig jaar. De kenmerkende broedvogels van het agrarisch gebied waren sinds 1990 met 30 procent gedaald, en zelfs vertrouwde soorten als grutto, kievit en scholekster verloren fors terrein. Vogelbescherming Nederland waarschuwde in november dat minstens tien vogelsoorten op het punt stonden uit te sterven, met als eerste kanshebber de zomertortel, die sinds de jaren vijftig al 90 procent achteruit is gegaan.
Onderzoek naar de precieze mechanismen ging intussen door: Amerikaanse wetenschappers ontdekten dat glyfosaat de darmflora van bijen aantast. Hierdoor worden besmette bijen veel kwetsbaarder voor ziekteverwekkers. Dit is een indirecte maar significante bijdrage aan bijensterfte. En terwijl Nederland en de EU zich op de borst konden kloppen om het neonicotinoïdenverbod, waarschuwden natuurorganisaties dat het onderliggende landbouwbeleid het probleem juist in stand hield: critici noemden de EU ‘in staat van ontkenning’ over de vernietigende impact van het Europese landbouwbeleid, waarin het gros van de subsidies naar de grootste en meest intensieve bedrijven bleef gaan.